Het synodale proces, vanaf het begin een doodgeboren kind
Afgelopen zaterdag was ik bij de “Lente Universiteit” in Nijmegen. Het is een nieuw initiatief van enkele katholieke jongeren, een studiebijeenkomst voor katholieken met degelijke lezingen over geloofsthema’s, een eucharistieviering, aanbidding en biechtgelegenheid. Tot mijn verbazing waren er op deze eerste bijeenkomst een zestigtal, voor 90 % jonge mensen afgekomen. Naar mijn mening begint hier, en op vele plaatsen elders, de echte vernieuwing van de Kerk: in kleine groepen overtuigde (jonge) katholieken. De “grote” Kerk, ook Rome, heeft daar weinig oog voor of is er soms bang van. Kijk maar naar de vervolging van jonge, bloeiende congregaties zoals die van het Mensgeworden Woord (de blauwe zusters en paters). Zij staan om onduidelijke redenen (die worden niet echt gegeven) onder scherp toezicht van Rome, volgens mij niet omdat ze slecht zouden zijn, maar omdat zij een beleving hebben die een aanklacht is tegen de modernistische praktijk van veel gevestigde congregaties. Die kunnen het niet verdragen dat zij zelf ondanks hun “moderne” opvattingen aan het uitsterven zijn, terwijl die nieuwe congregaties veel jongeren aantrekken. De “modern(ist)en hebben de macht in Rome en leggen dergelijke congregaties dan opnamestops op. Bij de blauwe zusters staan 50 jonge vrouwen in de wachtrij om in te treden maar het mag nog zeker twee jaar niet. Dit lijkt mijns inziens op een actief tegenwerken van de Heilige Geest. Dat is een tendens in heel de Kerk. We zien het in de tegenwerking van de traditionele katholieken die hechten aan de “oude Mis”. Het wordt onrechtvaardig beperkt en verboden terwijl er tegen misbruiken in de “nieuwe Mis” nauwelijks of niet wordt opgetreden. Je ziet het zelfs in een zekere onwil van Rome om met de Piusbroeders tot een vergelijk te komen. Men eist totale en onvoorwaardelijke onderschrijving van Vaticanum II, een pastoraal Concilie dat tot een soort superdogma wordt verheven, terwijl iedere katholiek kan zien dat nogal wat teksten van het Concilie ambigu of ronduit onjuist zijn en in ieder geval een katholieke precisering nodig hebben. We kunnen toch zien wat voor rare onkatholieke praktijken met een beroep op het Concilie, ook door bijv. een paus Franciscus, vaste voet in de Kerk hebben gekregen. Moeten we dat onderschrijven? Ik denk het niet. Moet er ruimte in de Kerk zijn om in vrijheid de volledig katholieke leer te verkondigen, en de echte (traditionele) katholieke liturgie te vieren? Ja zeker, dat is een goddelijk recht dat zelfs Rome niet kan beperken. Over dit thema gaat onderstaande bijdrage van bisschop Eleganti. Daarin wordt geduid op de Synodale Weg in Duitsland (waarvan wij in Nederland de verwoestende werking al hebben ervaren in het Pastoraal Concilie en in de 8-mei-beweging) en de hele synodale beweging in de Kerk van paus Franciscus waarin praktisch alle bisschoppen als makke schapen (omdat de paus het zegt) en vaak tegen beter weten in volgen. Ik ben het volledig met zijn zienswijze eens. (CM)
Gastcommentaar van hulpbisschop Marian Eleganti
Wat uit Rome komt, ik bedoel de werkplaats van het door de universele kerk afgekondigde synodale proces, is menselijke wijsheid. Blijkbaar hebben de hoofdrolspelers niets beters te doen dan de lokale kerken steeds weer opdrachten te geven over hoe het synodale proces, dat vanaf het begin een doodgeboren kind is, moet worden beheerd en in stand gehouden. Ze denken dat ze de Heilige Geest kunnen kanaliseren en dat Hij de weg naar de gelovigen zou inslaan via de door hen aangelegde pijpleidingen. Het resultaat is de bureaucratisering van een beoogde vernieuwing en missie.
Het brede en eenvoudige volk van God staat aan de zijlijn. Het zijn de fulltime actoren van deze disfunctionele commissiekerk die zich voor veel geld bezighouden met de opgedragen stuurinstrumenten en synodale documenten. Het levert niets anders op dan steeds opnieuw te lezen documenten, heterodoxe studieresultaten en nieuw bedachte commissies (naast de vele die al bestaan).
Terwijl het zou volstaan als elke katholiek echt een zou zijn wat hij moet zijn: zout der aarde. De Heilige Geest zou door hem werken. Maar aan het werk zijn beroepskatholieken, die in hun vrije tijd weer pauze nemen. Velen van hen bezoeken niet eens regelmatig de zondagsmis. Maar natuurlijk weten zij hoe de kerk vernieuwd moet worden. Dat kan men dan nalezen, slim bedacht.
Dat geldt ook voor de bedenkers van dit synodale proces in Rome. Het is inmiddels sowieso duidelijk geworden wat het proces wil: een herziening van de huidige en onwrikbare leerstellige standpunten met betrekking tot echtscheiding en hertrouwen, homoseksualiteit (de hele queer-agenda), de synodale democratisering van het bestuur van de Kerk, nieuwe ambten voor de vrouw, oecumenische en interreligieuze vooruitgang ten koste van de eigen katholiciteit. Die moet men inderdaad zoeken. De gepropageerde inclusie betreft voornamelijk de normalisering van homoseksualiteit in de kerk en is niets anders dan een herziening van haar leer over de onderwerpen die al 60 jaar dezelfde thema’s hebben. Veel ophef over een agenda die gemakkelijk te doorzien is. Blijkbaar hebben we genoeg homoseksuelen in de geestelijkheid en in de kerkelijke hiërarchie, die net zo opdringerig en onvermoeibaar als in de rest van de samenleving ons bij elke gelegenheid de regenboogkleuren voor ogen houden en geloven dat ze dichter bij hun doel zijn dan ooit.
Maar dat de conciliedocumenten niet meer gelden, is toch wel verbazingwekkend. Het concilie sprak immers nog van een wezenlijk verschil tussen het gewijde priesterschap en het niet-gewijde algemene priesterschap; het sprak van de eenheid van wijding en jurisdictie/leiding, van een hiërarchisch geordend volk van God. Allemaal verleden tijd! Vandaag de dag wordt deze door het concilie gewenste eenheid van wijding en leiding (jurisdictie) niet alleen te niet gedaan door de Piusbroeders (hun hulpbisschoppen zonder jurisdictie), maar ook door degenen die in Rome en bij ons leken tot hoofden of prefecten van dicasteries maken, met bisschoppen als hun ondergeschikte assistenten of medechefs, bij ons tot parochieleiders en hoofden van pastorale eenheden en parochies met zogenaamde medewerkende priesters als hun ondergeschikten.
Maar ze rekenen buiten de veel geciteerde Heilige Geest. Hij slaat heel andere wegen in. Kijk maar naar de vele jonge doopkandidaten, een zich uitbreidend fenomeen, maar geen vrucht van het synodale proces.
De Kerk zou zich beter op de liturgische kwestie kunnen richten, als ze niet wil toekijken hoe de zaak steeds verder in het honderd loopt. Dat is precies wat ik wens voor dit synodale proces, waarvan ik niets verwacht. Tot nu toe heeft het inderdaad niets opgeleverd, behalve fulltime drukte, een overdaad aan woorden en richtlijnen, maar geen bovennatuurlijk leven in de harten van de gelovigen. Dat zou voortkomen uit een echte bekering, uit gave van het eigen bloed. De processen zijn daarentegen hersenspinsels; ze dringen niet door tot in het bloed, althans niet in het mijne. Waarschijnlijk ben ik niet de enige.
Men zal zien dat deze poging om de Kerk te vernieuwen en in de zin van de eigen belangen opnieuw vorm te geven – denk aan de gepropageerde paradigmaverschuiving van de apostolische naar de synodale Kerk – zal mislukken. Erger nog, het is vandaag al een versneller van centrifugale krachten en nieuw dreigende schisma’s, zowel innerlijk als uiterlijk!
Misschien moeten we het altaar weer tot het middelpunt van de kerk maken. Misschien moeten we in de kerk allemaal bedenken dat er zonder de priester geen heilige mis is, en zonder de heilige mis geen Kerk. Een priesterloze kerk, waar sommigen bij ons van dromen, die de priester marginaliseren of verdringen en die menen dat het uur van de leken heeft geslagen, zal verdwijnen .
Veel jonge mensen voelen zich daarom zo aangetrokken tot de oude liturgie. Die is echter stil (vooral op het hoogtepunt). In de conciliekerk wordt voortdurend gepraat, liturgisch en synodaal. Het is bijna een dwang, omdat het mysterie wegvalt waarvoor men neerknielt om van CHRISTUS alles te ontvangen wat echt leven brengt. We zouden ons weer moeten omdraaien, ons tot HEM wenden, naar HEM opkijken. De priesters kijken echter naar het volk, dat zichzelf thematiseert volgens secundaire categorieën en vervolgens de liturgie viert als subject daarvan. De priester is slechts voorzitter van de vergadering. CHRISTUS, de hoofdattractie (letterlijk en figuurlijk!) van elke eredienst, verdwijnt uit hun blikveld. Zelfs de paus verdringt Hem in de pausmissen, die vooral een ontmoeting met hem, de paus (-superster?), worden, en niet met CHRISTUS. Over dit alles zou men moeten nadenken, niet per se praten, maar het veranderen, ieder voor zich!
Write a Reply or Comment