Vertrouwenscrisis in de kerk
Een commentaar van Martin Grichting verschenen op Kath.net
De katholieke liberaal Lord Acton (1834–1902) zei ooit: „Macht corrumpeert, absolute macht corrumpeert absoluut“. In de democratieën werd hieruit de conclusie getrokken dat men de macht moet wantrouwen en dat deze moet worden beperkt. Daarom wordt de macht onder andere getemperd door de erkenning van de grondrechten, door de scheiding der machten (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht), door subsidiariteit en door federalisme, door referenda en door beperkingen op de ambtstermijn. Door middel van een „maatschappelijk contract“ van alle burgers, de grondwet, komt men overeen om de politieke macht op deze manier te verdelen. Maar zelfs dit houdt haar niet altijd voldoende in toom.
In de kerk is het machtsprobleem nog acuter. Want alle genoemde middelen om de macht te fragmenteren bestaan daar niet. Veeleer geldt volgens de geloofsleer en het kerkelijk wetboek (CIC/1983) dat de paus ‘krachtens zijn ambt in de Kerk beschikt over het hoogste, volledige, onmiddellijke en universele gewone gezag’ (c. 331).
De paus bezit dus de absolute macht. Leidt absolute macht in de Kerk dan ook tot absolute corruptie? Als men de Kerk louter met menselijke ogen bekijkt, zou men moeten zeggen: ja, dat is zo. Maar vanuit het geloofsstandpunt bekeken, is dit niet het geval. Er bestaat namelijk één enkel ‘instrument’ om de pauselijke almacht te beperken: het is de onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de Heilige Traditie en de Heilige Schrift, waaraan de paus in zijn geweten gebonden is. Alleen omdat de Kerk als geheel en de paus in het bijzonder door deze beperking van macht gebonden zijn, is het mogelijk dat in haar aan één mens absolute macht wordt toevertrouwd. Het wantrouwen tegenover de macht wordt aldus in de Kerk overwonnen doordat de gelovigen erop vertrouwen dat de paus zich door de onvoorwaardelijke geloofsgehoorzaamheid gebonden weet bij de uitoefening van zijn op zich onbeperkte macht.
Dit vertrouwen is in de kerk aan het wankelen gebracht, bij velen is het vernietigd. Paus Franciscus heeft de onontbindbaarheid van het huwelijk door „Amoris Laetitia“ tot een farce gemaakt. Het geldt nog slechts in theorie. In de praktijk kan men met een paar ‘pastorale onderscheidingen’ – op welke basis dan ook, door wie dan ook – met een gerust geweten in overspel leven. De niet-liturgische Vaticaanse zegen voor paren van hetzelfde geslacht en buitenechtelijke paren (‘Fiducia supplicans’) betekent een verder zich afkeren van het christelijk huwelijk. Dubbelzinnige gebaren zoals de Pachamama-cultus in het Vaticaan en het ‘Document over de broederschap van alle mensen’ (Verklaring van Abu Dhabi) uit 2019 hebben het christelijke universalisme van de verlossing feitelijk ontkend. De benoeming van leken in Vaticaanse leidinggevende functies, die gepaard gaan met de uitoefening van gezag, betekent een breuk met het Tweede Vaticaans Concilie (LG 21; Nota explicativa praevia 2). Het ondermijnt de sacramentele-hiërarchische orde van de Kerk. Deze toestand duurt voort onder paus Leo XIV. In het kader van het „synodalisme“ is door de Apostolische Stoel een document gepubliceerd dat de afwijzing van het Tweede Vaticaans Concilie tracht te rechtvaardigen (eindrapport van studiegroep 5 met betrekking tot het wijdingssacrament en de „potestas sacra“). Zonder commentaar – en onverantwoordelijk – heeft de Apostolische Stoel een tekst gepubliceerd die de kerkelijke leer over huwelijk en gezin relativeert (eindrapport van studiegroep 9 betreffende ‘complexe thema’s’).
Zelfs ernstige liturgische misbruiken worden door de bisschoppen en de Apostolische Stoel genegeerd of gebagatelliseerd. Maar de aanhangers van de buitengewone vorm worden lastiggevallen. Het wordt voor priesters bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt om de eucharistie op deze manier te vieren. Leken worden vernederd door het verbod om deze vorm van de eucharistie in de parochiekerken te vieren. Deze gelovigen worden in de ondergrond gedreven of naar de Piusbroederschap, waarvan men vervolgens het bestaan betreurt.
Duitse bisschoppen, die al jaren met hun „Synodale Weg“ de sacramentele orde van de Kerk ondermijnen en de zegening van paren van hetzelfde geslacht institutionaliseren, laat de paus hun gang gaan. Men heeft met hen gesproken, zo wordt gezegd. De Piusbroederschap wordt echter met behulp van de absolute pauselijke macht met excommunicatie bedreigd. De paus negeert de dogmatische constitutie ‘Lumen Gentium’ (nr. 21) betreffende het wijdingssacrament en eist de aanvaarding van de liturgische constitutie. Beide zijn documenten van hetzelfde concilie. Deze dubbele maatstaven vernietigen het vertrouwen van veel gelovigen.
De aankondiging van de Piusbroederschap om op eigen houtje bisschoppen te wijden, is de uitdrukking van een verlies van vertrouwen in de paus. En het begrip voor deze daad, dat veel verder reikt dan de aanhangers van de broederschap, toont aan dat het vertrouwen bij velen heeft plaatsgemaakt voor wantrouwen. Er is te veel gebeurd en de gevolgen zijn verwoestend. Steeds meer gelovigen beseffen namelijk dat de kerkelijke leer geen grens meer vormt voor het kerkpolitiek gemotiveerde handelen van de hiërarchie. Dat is de ziekte waaraan de Kerk daadwerkelijk lijdt. En die kan niet worden genezen door de pauselijke almacht uit te leven door middel van dreigementen en excommunicaties. Want als de ongebreidelde macht van de sterkste in de kerk doorslaggevend is, is er ook daar maar één conclusie: men moet deze macht beperken. De wijding van bisschoppen tegen de wil van de paus is uiteindelijk de – ongetwijfeld problematische – poging om de pauselijke almacht te beperken, wanneer de kerkelijke leer niet langer de grens daarvan vormt.
Als er geen verdere beperkingen van de pauselijke almacht door schisma’s moeten komen, is er maar één weg: de paus moet de schendingen van de kerkelijke leer helen. Alleen zo kan hij het wantrouwen tegengaan en het vertrouwen herstellen. Met dictaten, dreigementen en dubbele maatstaven zal hem dat niet lukken. De Piusbroederschap is niet de ziekte, maar het symptoom. Men kan dit symptoom bestrijden met excommunicatie. De pauselijke almacht staat dit ongetwijfeld juridisch toe. Maar de ziekte wordt daardoor niet genezen. Zij zal verder etteren en het Lichaam van Christus, de Kerk, splijten en verzwakken. De paus heeft de sleutel om de ziekte te genezen. Hij moet die gebruiken en kan het probleem niet uitzitten. Want ook niet regeren betekent regeren. Dat is ook een consequentie die voortvloeit uit de pauselijke almacht.
Write a Reply or Comment