Het loon van de zonde is de dood. (Rom. 6, 23)
In de Bijbel houdt God ons een beslissende keuze voor: dood of leven. Dood voor eeuwig tenzij hij zich bekeert, is de mens die Christus afwijst, niet zozeer in theorie als wel in de praktijk van het leven, in een leven van zonde tegen Gods geboden. Eeuwig leven heeft de mens die in Jezus Christus gelooft, zijn geboden naleeft en, als hij gezondigd heeft zich bekeert en zich laat vergeven.
Dit Bijbelse gegeven steunt op Gods oneindige rechtvaardigheid. Vanuit zijn wezen loont Hij het goede en straft Hij het kwade. Dat is de vierde van de voornaamste waarheden van het geloof die je volgens de catechismus van mijn jeugd moest aanvaarden om gered te kunnen worden. Zo belangrijk is in het katholieke geloof de waarheid van Gods oneindige rechtvaardigheid. Toch lijken de meeste katholieken en vaak ook hun herders deze waarheid te hebben geruild voor een andere waarheid die we weliswaar ook geloven maar die ondergeschikt is aan de goddelijke gerechtigheid, te weten Gods barmhartigheid. Die oneindige barmhartigheid Gods staat onder zijn gerechtigheid. Dat blijkt al uit het centrale christelijke gegeven van de verlossing. De goddelijke gerechtigheid vereist dat de mens genoegdoening geeft en straf ontvangt voor de oerzonde, zijn opstand tegen God. Omdat de mens daartoe in zijn gevallen staat niet in staat is, stuurt God ons zijn eigen Zoon als mens om in onze plaats die straf te ondergaan en genoegdoening te geven zodat de mens gerechtvaardigd wordt. Dit gebeurt in de verlossende kruisdood. Sindsdien heeft iedere mens de mogelijkheid voor God gerechtvaardigd te worden, als hij zich tot Christus bekeert en zich in Christus laat rechtvaardigen. Dat gebeurt beslissend in geloof en doopsel. Daarin ontvangt hij in Christus het kindschap Gods en het eeuwig leven. Dat moet een vervolg krijgen in een christelijk leven, een leven volgens de geboden en een leven in Christus door de sacramenten. Dat geldt voor iedere mens persoonlijk.
Naast die rechtvaardigheid van God is er gelukkig ook Gods oneindige barmhartigheid die met name tot uitdrukking komt in zijn verlossing door Christus. En voorts in de mogelijkheid van vergeving, zelfs van doodzonden na het doopsel begaan, door een volmaakt berouw en vooral door het sacrament van de biecht waarin Gods barmhartigheid wordt gegarandeerd.
De oneindige rechtvaardigheid van God komt ook tot uiting in het sociale leven van de mens in staten, maatschappijen en beschavingen. Ook daar leidt de zonde tot collectieve straf. We hoeven daarbij niet alleen te denken aan een rechtstreeks ingrijpen van God. Zelfs in de natuurlijke orde der dingen leidt de zonde tot de dood. Mgr. Leonard heeft indertijd al gewezen op de band tussen ongeremde seksuele praktijken en het oplopen van geslachtsziekten. Hij wees toen op de band tussen die praktijken en de dodelijke ziekte Aids. Hij sprak van een soort innerlijke, natuurlijke gerechtigheid en straf. Ook oorlogen komen meestal voort uit ongerechtigheid van staten, systemen en beschavingen. Ook hier leidt zonde tot de dood waarbij steeds moet worden aangetekend dat ook onschuldige mensen de dupe worden van de schuld van machtige individuen en van de gemeenschap.
Deze realiteit wil men tegenwoordig meestal ontkennen. Immers volgens veel theologen is God zo barmhartig dat hij nooit straft en van hen mogen we Gods gerechtigheid nooit in verband brengen met oorlogen en rampen. Daartegenover staan de Bijbel en de vele verschijningen en privé-openbaringen waarin Gods straf over de mensheid wordt aangekondigd als men zich niet bekeert. Fatima is daarvan een helder en door de Kerk erkend voorbeeld. Illustratief voor de merkwaardige opvattingen in onze tijd is daarbij dat bij de jongste bepalingen van het dicasterie voor de geloofsleer over Mariaverschijningen een functionaris van het dicasterie heeft verklaard dat een verschijning waarin gedreigd wordt met goddelijke straffen per se vals is, omdat God nu eenmaal niet straft.
Hoe moeten we nu onze huidige Europese beschaving beoordelen? Wij hebben steeds meer afstand genomen van onze christelijke wortels. De christelijke (en natuurlijke) visie op de mens is verlaten. In wetten van onze landen worden de natuurlijke genders (man en vrouw) vervangen door allerlei fantasiegenders. Het huwelijk tussen man en vrouw als natuurlijke basis voor het gezin wordt verruild voor losvaste verbintenissen. Zelfs wordt een onnatuurlijke verbintenis tussen twee vrouwen en twee mannen een huwelijk genoemd en daarmee gelijkgesteld. Huwelijkstrouw heeft geen enkele rechtsbescherming meer. De fundamentele rechtsbescherming van het menselijk leven is verlaten door de wettelijke toelating van abortus en euthanasie. In veel landen zijn experimenten met menselijke embryo’s en het speciaal kweken daarvan wettelijk toegestaan. Legitieme protesten daartegen worden maar beperkt door de vrijheid van meningsuiting beschermd. De publieke moraal wordt door bijna ongelimiteerde persoonlijke vrijheid bepaald. De wetgeving binnen de EU wordt bijna geheel en daarmee in de meeste lidstaten door de globalistische woke-agenda bepaald. Meer conservatieve tegengeluiden worden door repressieve beperking van de meningsvrijheid en praktische censuurmaatregelen (de zogenaamde “haatspraak”) afgeremd. Hier werken, regering, rechtspraak, publieke communicatiemiddelen en pers samen in het kwaad.
De EU-moloch in Brussel is tot een moderne toren van Babel verworden, een instrument om antigoddelijke krachten in Europa vrij baan te geven en wettelijk te verankeren. En de Kerk die na Vaticanum II haar morele kracht door aanpassing aan de tijdgeest grotendeels verloren heeft, is innerlijk verdeeld en biedt weinig tegenweer.
Deze ten diepste decadente situatie van moreel verval zal, zonder grootschalige bekering leiden tot de ondergang van onze beschaving. Want ook hier geldt: het loon van de zonde is de dood. De tekenen van die dood zijn al aanwezig. We zijn onze weerbaarheid verloren. We hebben geen kinderen meer. De ongebreidelde instroom van immigranten uit totaal andere culturen zullen leiden tot een totaal andere bevolkingssamenstelling wat in onze grote steden reeds is gebeurd. De islam, die sinds eeuwen de erfvijand is van de christelijke en Europese beschaving en die in het verleden deels met succes bestreden is, komt “geruisloos” binnen wordt zelfs door de linkse elites verwelkomd. Ze zijn door de zonde verblind en banen als blinde leiders de weg voor een maatschappij waarin de zogenaamde verworvenheden van het Westen een illusie zullen blijken te zijn. En zo wordt een maatschappij onder het koningschap van Christus, een op het christendom gebaseerde maatschappij, geleidelijk vervangen door het koningschap van de antichrist, een maatschappij van zonde en onvrijheid.
Bekering is nog steeds mogelijk en daarmee Gods barmhartigheid. Zo niet, dan komt onherroepelijk Gods straffende gerechtigheid. Want “het loon van de zonde is de dood” (Rom. 6, 23)
C. Mennen pr
22 januari 2026
Write a Reply or Comment