Ieder van ons is geroepen te vechten tegen de leugens in de Kerk
“Ja, koning ben Ik. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen om getuigenis af te leggen van de waarheid. Al wie uit de waarheid is, luistert naar mijn stem.” (Joh. 18, 37) Dit zegt Jezus, als Hij vóór Pilatus staat en Hij gevraag wordt naar de aard van zijn zending. Hij is getuige van de waarheid. De waarheid staat dus centraal in het evangelie van Jezus. De Kerk heeft dat altijd goed begrepen en heeft zich dan ook steeds gedragen als de hoedster van de waarheid die ze van Christus ontvangen heeft. Daarom heeft ze zich te allen tijde met vuur te weer gesteld tegen aanvallen op die waarheid, ook waren het ogenschijnlijk maar kleine aanvallen. De Concilies van de Kerk getuigen hiervan. Het is bovendien altijd de speciale taak geweest van de Kerk van Rome en van haar bisschop om te midden van de aanvallen van de vorst van de leugen garant te staan voor die katholieke waarheid.
We kunnen constateren dat de laatste jaren deze waarheid in de hele Kerk, ook in de Kerk van Rome, ernstig onder druk staat. De bisschoppen van Duitsland lijken zich in groten getale uit te spreken voor ketterse posities. Over heel de wereld zijn er bisschoppen die dubieuwe uitspraken doen en vreemde maatregelen nemen. Romeinse documenten zijn dikwijls vaag en dubbelzinnig en soms ronduit in strijd met de waarheid.
Amoris Laetitia leidde tot serieuze vragen (dubia) van enkele kardinalen waarop paus Franciscus (die toch een toonbeeld van nederigheid en collegialiteit wil zijn) hooghartig bleef zwijgen waarmee hij alle ketterse interpretaties van de exhortatie vrij baan gaf.
De interreligieuze verklaring van Abu Dabhi bevat de ronduit ketterse bewering dat God alle religies zou hebben gewild.
Fratelli tutti noemt alle mensen van welke godsdienst of overtuiging ook “broeders en zusters”. Dit gaat in tegen het geloof van Schrift. Dat geloof leert ons dat we alleen door de doop in Christus broeders en zusters worden en kinderen van één Vader.
Door deze manier van spreken die gemakkelijk wordt overgenomen (de paus zegt het toch) wordt het katholieke geloof ondermijnd.
Wat moeten we met deze – en nog veel andere – opmerkingen? Moeten we zwijgen omdat de paus het gezegd heeft. Sommigen denken dat, al was het maar uit eerbied voor de figuur van de paus of om de eenheid te bewaren.
Echter, een eenheid zonder waarheid is geen katholieke eenheid. Een paus die de waarheid niet dient, is gewoonweg een slechte paus. Als de waarheid geweld wordt aangedaan, mogen we niet zwijgen. Zelfs leken moeten dan in het belang van de Kerk spreken. Gelukkig dat de stem van die leken in onze tijd kan worden gehoord dank zij het internet en de vele orthodox katholieke internetportalen waar vaak deskundige uitleg over bepaalde onderwerpen wordt gegeven en die terecht kritisch staan tegenover herders die de traditie van de Kerk niet in acht nemen en de waarheid geweld aan doen.
Over de plicht om op te komen voor de waarheid in de Kerk heeft kardinaal Burke zich uitgelaten op Nuova Bussola Quotidiana van 16 februari. Dit lezenswaardige stuk volgt hieronder in vertaling.

De beste omschrijving van de huidige toestand van de Kerk is verwarring, verwarring die vaak grenst aan dwaling. De verwarring is niet beperkt tot één of andere leer of discipline of aspect van het leven van de Kerk, maar het lijkt een verwarring te zijn met betrekking tot de eigenlijke identiteit van de Kerk.
De verwarring vindt haar oorsprong in een gebrek aan eerbied voor de waarheid, hetzij in de ontkenning van de waarheid, hetzij in het doen alsof men de waarheid niet kent, hetzij in het niet verkondigen van de waarheid die men kent. In zijn confrontatie met de schriftgeleerden en de farizeeën ter gelegenheid van het Loofhuttenfeest, heeft onze Heer zich duidelijk uitgesproken over hen die verwarring stichten door te weigeren de waarheid te erkennen en de waarheid te spreken. Verwarring is het werk van de Boze, zoals onze Heer zelf leerde, toen Hij deze woorden sprak tot de schriftgeleerden en Farizeeën: ” Waarom verstaat gij mijn taal niet? Omdat gij niet in staat zijt mijn woord te aanhoren. De vader uit wie gij zijt is de duivel, en gij verkiest te volbrengen wat uw vader verlangt. Hij was een moordenaar van begin af aan en hij bevindt zich niet in de waarheid, omdat er in hem geen waarheid is. Wanneer hij leugentaal spreekt, spreekt hij uit zijn eigen wezen, want een leugenaar is hij, ja, de aartsleugenaar. Mij gelooft gij niet, omdat Ik de waarheid spreek.” (Joh. 8, 43-45)
De leugencultuur en de verwarring die zij teweegbrengt, heeft helemaal niets te maken met Christus en met Zijn bruid, de Kerk. Denk aan de vermaning van Onze Heer in de Bergrede: “Maar uw ja moet ja zijn en uw neen, neen; en wat daar nog bij komt, is uit den boze.” (Mt 5,37)
Waarom is het belangrijk dat wij nadenken over de huidige toestand van de Kerk, die gekenmerkt wordt door zoveel verwarring? Ieder van ons, als levend lid van het Mystieke Lichaam van Christus, is geroepen de goede strijd te strijden tegen het kwaad en de Boze, en de koers van het goede, de koers van God, met Christus te blijven volgen. Ieder van ons heeft, overeenkomstig zijn roeping in het leven en zijn bijzondere gaven, de plicht de verwarring te verdrijven en het licht te openbaren dat komt van Christus alleen, die voor ons levend is in de levende Traditie van de Kerk.
Het hoeft niet te verbazen dat, in de huidige toestand van de Kerk, zij die vasthouden aan de waarheid, die trouw zijn aan de Traditie, worden bestempeld als star en als traditionalisten omdat zij zich verzetten tegen de heersende agenda van verwarring. Zij worden door de auteurs van de cultuur van leugen en verwarring afgeschilderd als armen en gebrekkigen, zieken die een behandeling nodig hebben.
Uiteindelijk willen wij maar één ding, namelijk in staat zijn te verklaren, zoals de heilige Paulus aan het einde van zijn aardse dagen verklaarde: “Want wat mij betreft, mijn bloed wordt weldra geplengd, het uur van mijn heengaan is nabij. Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop voleind, het geloof bewaard. Nu wacht mij de krans der gerechtigheid, waarmee de Heer, de rechtvaardige rechter, mij zal belonen op de grote dag, en niet alleen mij, maar allen die met liefde uitzien naar zijn komst.” (2 Tim 4, 6-8)
Het is uit liefde voor onze Heer en voor zijn levende aanwezigheid bij ons in de Kerk dat wij strijden voor de waarheid en voor het licht dat zij altijd in ons leven brengt. Naast de plicht om leugens en verwarring in ons dagelijks leven te bestrijden, hebben wij, als levende leden van het Lichaam van Christus, de plicht om onze bezorgdheid voor de Kerk kenbaar te maken aan onze herders – de paus, de bisschoppen en de priesters die de voornaamste medewerkers van de bisschoppen zijn bij het hoeden van Gods kudde.
Canon 212, een van de eerste canons in Titel I, “De plichten en rechten van alle gelovige christenen”, van Boek II, “Het volk van God”, van het Wetboek van Canoniek Recht luidt: “
§1. Zich bewust van hun eigen verantwoordelijkheid, zijn de christengelovigen verplicht met christelijke gehoorzaamheid datgene op te volgen wat de heilige herders, voor zover zij Christus vertegenwoordigen, als leraars van het geloof verkondigen of als bestuurders van de Kerk instellen.
§2. Het staat de christengelovigen vrij aan de herders van de Kerk hun noden, vooral geestelijke, en hun verlangens kenbaar te maken.
§3. Overeenkomstig de kennis, de bekwaamheid en het prestige die zij bezitten, hebben zij het recht en soms zelfs de plicht aan de heilige herders hun mening kenbaar te maken over zaken die het welzijn van de Kerk betreffen en hun mening kenbaar te maken aan de overige christengelovigen, zonder afbreuk te doen aan de integriteit van het geloof en de moraal, met eerbied voor hun herders en met oog voor het algemeen nut en de waardigheid van de persoon”.
De bronnen van can. 212, die nieuw is in het Wetboek van Canoniek Recht, zijn de leerstellingen van het Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie, in het bijzonder nr. 37 van de Dogmatische Constitutie over de Kerk, Lumen Gentium, en nr. 6 van het Decreet over het apostolaat van de leken, Apostolicam Actuositatem. De effectieve communicatie tussen hen die het pastorale ambt uitoefenen en de lekengelovigen die het apostolaat van de heiliging van de wereld in al zijn dimensies uitoefenen, is zowel gericht op de geestelijke zorg van de lekengelovigen, opdat zij de uitdagingen van het apostolaat aankunnen, als op het welzijn van de Kerk zelf, waarin de lekengelovigen terecht geroepen zijn om hun bijdrage te leveren. Zoals de canonieke wetgeving onderstreept, zijn de lekengelovigen geroepen om, in trouw aan de leer van de Kerk in de bovengenoemde documenten, hun bezorgdheid voor het welzijn van de Kerk kenbaar te maken en zelfs openbaar te maken, terwijl zij altijd het pastorale ambt eerbiedigen zoals dat door Christus is ingesteld bij de stichting van de Kerk door zijn openbaar dienstwerk, vooral door zijn lijden, dood, verrijzenis, hemelvaart en zending van de heilige Geest met Pinksteren. De interventies van de lekengelovigen bij hun herders ten bate van de opbouw van de Kerk doen niet alleen niets af aan het respect voor het pastorale ambt, maar bevestigen het in feite (vgl. Lumen Gentium, 37).
Helaas wordt vandaag bij sommigen in de Kerk de legitieme uitdrukking van bezorgdheid over de zending van de Kerk in de wereld door de lekengelovigen beschouwd als een gebrek aan eerbied voor het pastorale ambt.
De reeds enorme uitdaging van een steeds toenemende en agressievere secularisatie wordt nog groter door een gebrek aan degelijke catechese in de Kerk gedurende verschillende decennia. In onze tijd verwachten de lekengelovigen vooral van hun herders dat zij de christelijke beginselen en hun fundering in de traditie van het geloof, zoals die in de Kerk in ononderbroken lijn is overgeleverd, duidelijk uiteenzetten.
Een verontrustende manifestatie van de huidige cultuur van leugens en verwarring in de Kerk, is de verwarring over de eigenlijke aard van de Kerk en haar verhouding tot de wereld. Vandaag de dag horen we steeds vaker dat alle mensen kinderen van God zijn en dat katholieken zich tegenover mensen van andere religies en zonder religie als kinderen van God moeten gedragen. Dit is een fundamentele leugen en een bron van de grootste verwarring.
Alle mensen zijn geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, maar sinds de zondeval van onze eerste ouders, met de daaruit voortvloeiende erfenis van de erfzonde, kunnen de mensen alleen kinderen van God worden in Jezus Christus, God de Zoon, die God de Vader naar de wereld heeft gezonden, opdat de mensen opnieuw zijn zonen en dochters zouden kunnen worden door het geloof en het doopsel. Alleen door het sacrament van het doopsel worden wij kinderen van God, aangenomen zonen en dochters van God in zijn eniggeboren Zoon. In onze betrekkingen met mensen van andere godsdiensten en zonder godsdienst moeten wij hun het respect betonen dat verschuldigd is aan hen die naar het beeld en de gelijkenis van God geschapen zijn, maar tegelijkertijd moeten wij getuigenis afleggen van de waarheid van de erfzonde en van de rechtvaardiging door het doopsel. Anders heeft de zending van Christus, zijn verlossende menswording, en de voortzetting van zijn zending in de Kerk geen zin.
Het is niet waar dat God een pluraliteit van godsdiensten wil. Hij heeft Zijn eniggeboren Zoon naar de wereld gezonden om de wereld te redden. Jezus Christus, de mens geworden Zoon van God, is de enige Redder van de wereld. In onze omgang met anderen moeten wij altijd getuigen van de waarheid over Christus en de Kerk, opdat zij die een valse godsdienst aanhangen of geen godsdienst hebben, de gave van het geloof ontvangen en het sacrament van het doopsel zoeken.
Comments