Bisschopswijdingen van de Piusbroederschap: is de beslissing gevallen?
Na het zwijgen van Rome
Ik heb altijd betreurd dat het probleem tussen Rome en de Piusbroederschap nooit is opgelost. Hier ligt naar mijn mening niet alleen de schuld bij de broederschap maar ook bij Rome dat Vaticanum II tegen het zelfverstaan van het Concilie zelf in als een soort “superdogma” beschouwt. De Piusbroeders onderschrijven het Concilie maar hebben bezwaren tegen sommige Verklaringen (lichtste vorm van concilie-uitspraak) over de oecumene en de verhouding tot ander godsdiensten. En daarin staan zij tegenwoordig bij lange na niet meer alleen. Wat het Concilie bijv. zegt over de islam is meer getekend door de roze bril van de jaren zestig dan dooreen reële christelijke kijk op deze religie. Van de broederschap eisen dat ze zonder voorbehoud het Concilie tot in alle details onderschrijven met de feitelijke consequenties is dan ook onterecht en ontkent het pastorale (en daarmee per se tijdelijke) karakter van het Concilie. Het gaat hier om een grote, levendige groep katholieken die de zorg van eigen bisschoppen nodig hebben, gezien de vaak vijandige houding van de plaatselijke bisschoppen jegens de traditie. Uiteraard is het in principe canoniek niet juist bisschoppen te wijden zonder toestemming van de paus. Maar is het juist dat de paus hardnekkig deze groep die trouw wil zijn aan het katholieke geloof en het gezag van de paus, bisschoppen onthoudt? Gaat men nu in juli vanuit Rome weer excommuniceren? Dan wijs ik graag op de Kerk in China waar door Rome schimmige afspraken zijn gemaakt met het regime en waar het regime toch tegen de afspraak in regelmatig bisschoppen benoemt zonder toestemming van de paus. En wat zien we dan? Excommunicaties? Nee, goedkeuring achteraf door Rome. En of die bisschoppen katholiek en geschikt zijn, weet niemand. Waarom zoekt men dan bij de Piusbroeders onnodig de confrontatie waardoor het probleem alleen maar vergroot wordt. Hieronder een artikel over deze kwestie uit katholisches.info (CM)
In 1988 wijdde aartsbisschop Marcel Lefebvre vier priesters op geldige wijze, maar zonder pauselijke toestemming, tot bisschop om het voortbestaan van de traditie te verzekeren. Krijgen we nu een déjà vu?
Op 1 juli wil de Priesterbroederschap St. Pius X. (FSSPX) nieuwe bisschoppen wijden. De aankondiging markeert een kerkelijk-politiek zeer gevoelige stap, die herinneringen oproept aan het jaar 1988 , toen aartsbisschop Marcel Lefebvre zonder pauselijke toestemming vier bisschoppen wijdde, wat resulteerde in zijn eigen excommunicatie en die van de vier nieuw gewijde bisschoppen. Hoewel de status van aartsbisschop Lefebvre, die in 1991 overleed, tot op heden niet is opgeheven, heeft paus Benedictus XVI in 2009 de excommunicatie van de vier ongeoorloofd, maar geldig gewijde bisschoppen ingetrokken. Herhaalt het conflict van 1988 zich nu, of zal Rome anders reageren?
Het nieuws heeft zoveel weerklank gevonden dat de websites van de priesterbroederschap momenteel niet bereikbaar zijn.
CNA baseert zich op informatie uit de gelederen van het door Mgr. Lefebvre opgerichte werk, waar direct of indirect de hele groep van hedendaagse traditionele gemeenschappen in de kerk op teruggaat. Volgens de broederschap ging aan het besluit tot nieuwe wijdingen een formeel verzoek aan de Heilige Stoel vooraf. Algemeen overste pater Davide Pagliarani vroeg afgelopen augustus, kort na de verkiezing van de nieuwe paus, om een audiëntie bij Leo XIV en legde in verdere brieven de naar zijn mening “objectieve noodzaak” van nieuwe bisschopswijdingen uiteen. Binnen de broederschap wordt al enkele jaren met toenemende nadruk aangedrongen op nieuwe bisschopswijdingen. Het werk is vandaag de dag veel groter dan in 1988, toen aartsbisschop Lefebvre vier nieuwe bisschoppen wijdde, van wie er vandaag de dag nog maar twee in leven zijn. Eén van hen, bisschop Richard Williamsons, werd uit de broederschap gezet en is in 2025 overleden, een andere, bisschop Tissier de Malerais, is in 2024 overleden. Rome ging echter niet in op het verzoek. Tot op heden heeft de Heilige Stoel geen noodzaak gezien om op het verzoek te reageren. In plaats daarvan is er onlangs weliswaar een brief uit Rome ontvangen, maar daarin worden de naar voren gebrachte punten volledig onbeantwoord gelaten.
“Objectieve noodtoestand” als centraal argument
De Piusbroederschap beroept zich – net als in 1988 – op een kerkelijke noodtoestand. Deze is niet in de eerste plaats organisatorisch, maar van spirituele aard. De twee overgebleven bisschoppen van de broederschap zijn op leeftijd, maar moeten wereldwijd vormels en wijdingen toedienen om de sacramentele verzorging van de gelovigen te waarborgen. Vanuit het oogpunt van de broederschap is dit geen daad van ongehoorzaamheid, maar een plicht jegens de zielen.
Op pius.info, de eigen website van de broederschap, wordt deze redenering verder uitgewerkt: de broederschap, zo wordt onophoudelijk benadrukt, beschouwt zichzelf niet als buiten de kerk staand, maar als in een uitzonderlijke situatie binnen de kerk, veroorzaakt door doctrinaire onduidelijkheden sinds het Tweede Vaticaans Concilie – met name op het gebied van godsdienstvrijheid, oecumene en de relatie tussen de kerk en de moderne wereld. Van groot belang daarbij is de liturgische hervorming van 1969, terwijl de broederschap vasthoudt aan de traditionele vorm van de Romeinse ritus. Dit standpunt wordt al decennia lang ingenomen en is, volgens de eigen inschatting, door de ontwikkelingen van de recente pontificaten eerder bevestigd dan afgezwakt.
Verhouding tot Rome: juridisch onregelmatig, maar niet schismatiek
Canoniek gezien bevindt de FSSPX zich in een tussenstatus. Rome spreekt van een “onregelmatige situatie”, maar vermijdt al jaren de term schisma. Vanaf het midden van de jaren zeventig en nog vóór de bisschopswijdingen van 1988 werd de broederschap binnen de kerk zelfs als “sekte” bestempeld. Daar is men inmiddels al lang van afgestapt. Hieraan hebben onder andere, zij het indirect, de twee motu proprio’s Ecclesia Dei van Johannes Paulus II (1988) en Summorum Pontificum van Benedictus XVI (2007) in niet onaanzienlijke mate bijgedragen, waarmee de traditionele ritus officieel weer een plaats in de kerk kreeg.
De broederschap erkent de paus uitdrukkelijk, noemt hem in de eucharistieviering van de heilige mis en distantieert zich duidelijk van het sedisvacantisme. Het Tweede Vaticaans Concilie als ‘superdogma’ wijst zij daarentegen af. Zij voert daarbij aan dat dit slechts een product is van de postconciliaire tijd, maar zonder rechtsgrondslag, en beroept zich daarbij op de geldende canonieke bepalingen.
Tegelijkertijd deed de Heilige Stoel in de praktijk herhaaldelijk concessies. Benedictus XVI trok de excommunicaties in en startte gesprekken over het herstel van de volledige eenheid. Juist paus Franciscus, de uitgesproken tegenstander van de traditionele ritus, verklaarde de biecht bij priesters van de Piusbroederschap geldig en stond onder bepaalde voorwaarden ook huwelijken toe. In verklaringen van het Vaticaan werd bovendien vastgelegd dat het bijwonen van een door de broederschap gevierde mis op zich geen zonde is. Critici zien dit als een feitelijke erkenning, ook al is er tot op heden nog geen juridische oplossing. De laatste gesprekken onder Franciscus eindigden in 2017 zonder resultaat, toen de algemene vergadering van de Congregatie voor de Geloofsleer een vooraf tussen de twee onderhandelingsdelegaties informeel bereikte overeenkomst verwierp.
De historische dimensie: Lefebvre en het concilie
Het conflict kan niet worden begrepen zonder de persoon van aartsbisschop Marcel Lefebvre. De voormalige algemene overste van de Spiritijnen en invloedrijke missiebisschop in Afrika was geen marginale figuur, maar een vooraanstaand, dat wil zeggen uitmuntend lid van het kerkelijke establishment voor, tijdens en na het concilie. Zijn kritiek was niet zozeer gericht tegen het concilie als zodanig, maar tegen enkele formuleringen in bepaalde documenten en vooral tegen de latere interpretatie en uitvoering ervan. Dit onderscheid komt in het officiële kerkelijke debat vaak te kort. Progressieve kringen waren blij met de breuk die Paulus VI maakte met de door Lefebvre in 1970 opgerichte Piusbroederschap, omdat er daarmee niet alleen een vijandbeeld ontstond: bovenal kon men de nog steeds sterke, traditioneel gebonden delen van de kerk beschuldigen van contact met de broederschap. Wie voor de traditie opkwam, werd in de buurt van een “sekte” geplaatst, wat voor katholieken, vooral geestelijken, het ergste verwijt was. Er werd een divide gecreëerd, dat structureel het impera door de progressieve tijdgeest versterkte.
Amerikaanse katholieke commentatoren wijzen er al jaren op dat veel van de door Lefebvre bekritiseerde ontwikkelingen – liturgisch subjectivisme, doctrinaire dubbelzinnigheden, een feitelijk verlies van geloof in het Westen – vandaag de dag ook worden behandeld door auteurs die geenszins dicht bij de Piusbroederschap staan. De vraag of de diagnose van Lefebvre onjuist was, wordt daarom steeds vaker opnieuw gesteld, ook al blijft zijn toenmalige aanpak omstreden. De roep om delen van het concilie en vooral de postconciliaire geest aan de kaak te stellen, werd steeds luider naarmate het duidelijker werd dat de vruchten waarop het concilie had gehoopt niet alleen uitbleven, maar dat er zelfs bedorven vruchten aan het licht kwamen.
Groei ondanks uitsluiting
Ondanks hun kerkrechtelijke situatie en de splitsing van 1988 is de Piusbroederschap qua aantal leden steeds verder gegroeid. Wereldwijd telt zij vandaag de dag meer dan 730 priesters en meer dan 250 seminaristen. In vijf seminaries worden kandidaten opgeleid en op ongeveer 800 plaatsen in 77 landen worden heilige missen in de traditionele ritus gevierd. Daarnaast zijn er scholen, retraitecentra en aanverwante religieuze gemeenschappen.
Het belang hiervan wordt in zijn volle omvang duidelijk als men bedenkt dat feitelijk alle gemeenschappen van de traditie, ook die welke na de ongeoorloofde bisschopswijdingen van 1988 zijn ontstaan en door het Motu proprio Ecclesia Dei in volledige gemeenschap met Rome zijn teruggekeerd, voortkomen uit de Piusbroederschap.
Deze groei van de traditie staat in schril contrast met de algemene situatie van de kerk in Europa en Noord-Amerika, waar het aantal roepingen en kerkbezoekers al decennia lang afneemt. Voor waarnemers in de VS is de FSSPX dan ook minder een nostalgisch randverschijnsel dan een indicator voor onopgeloste spanningen binnen de kerk. Bovenal wordt de traditie in haar geheel steeds meer gezien als een alternatief en niet als een probleem, maar eerder als een oplossing voor het probleem van de crisis in de kerk. Dit wordt ook zo gezien door de tegenpartij en roept dan ook heftige reacties op, zoals het Motu proprio Traditionis custodes van Franciscus in 2021, dat echter geen invloed had op de Piusbroederschap.
Open vragen en mogelijke gevolgen
De nieuwe bisschopswijdingen die op stapel staan, plaatsen Rome voor een dilemma. Een harde reactie vanuit kerkelijk recht zou de toch al gespannen relaties verder verslechteren. Zwijgen of stilzwijgende tolerantie zou daarentegen worden geïnterpreteerd als feitelijke erkenning. Al in 1988 leidde een escalatie tot een decennialange ijstijd, waarvan de gevolgen tot op de dag van vandaag voortduren en die, zoals de verdere ontwikkeling heeft aangetoond, vooral onnodige pesterijen tegen priesters en gelovigen van de traditie betekende.
Vanuit het oogpunt van de Piusbroederschap lijkt de beslissing te zijn genomen. Zij beschouwt zichzelf niet als een rebel tegen de paus, maar als bewaker van een traditie die zij in gevaar ziet en waarin zij de enige toekomst van de kerk ziet. Of de Heilige Stoel deze zelfinterpretatie deelt of er resoluut tegenin gaat, zal niet in de laatste plaats bepalen of 1 juli de geschiedenis ingaat als een nieuwe breuk of als een volgende stap in een onopgeloste, voortdurende crisis binnen de kerk.
De beslissing kan binnen de Piusbroederschap leiden tot onenigheid en afvalligheid. Maar bovenal ontbreekt het niet aan krachten die na het pontificaat van Franciscus nog sterk zijn in het Vaticaan en die nieuwe bisschopswijdingen zouden kunnen zien als een voorwendsel voor een escalatie om een “onomkeerbaar proces” in gang te zetten, zoals Franciscus dat graag zag, en tabula rasa te maken. Maar Franciscus regeert niet meer. De beslissing ligt nu bij Leo XIV.
Write a Reply or Comment